Als iemand mij een week geleden had verteld wat er allemaal zou gaan gebeuren, had ik hem niet geloofd.
Het begon eigenlijk als eender andere dag. We waren weer eens onderweg naar een nieuw territorium. Wegens enkele kleine misverstanden met de lokale bevolking bij onze vorige stek werden we 'vriendelijk verzocht' te verhuizen. Ik kan de blauwe plek nog voelen waar de stenen mijn kop raakte. Maar ik klaag niet. De buit die ik eerlijk had gepikt net voordat we vertrokken maakte alles weer goed.
Het bleef jammer genoeg niet goed gaan. Nog voordat ik het volledig besefte werd ik tegen de grond gegooid en werden mijn poten vastgebonden. Toen werd alles zwart...
Toen ik weer wakker werd was de muffe geur van de jutte zak die over mijn kop getrokken was onmiskenbaar. Het rook eigenlijk een beetje zoals mijn caravan. Best lekker dus. Het uitzicht van de kamer waar ze me hadden ingegooid was wel heel anders dan dat ik gewoon ben. Kaal, hard, koud, grijs. Een cel met andere woorden. Ik kon er wel inkomen waarom ze me hierin wouden hebben maar ik was toch wel benieuwd naar de precieze reden.
Pas toen kreeg ik in de gaten dat ik niet alleen was. Een mens, een gigantische ogre en een wijfjes gnoll. Ik verwachtte dat de andere gnoll een bekende was maar dat bleek niet het geval te zijn. Een teefje dat begint te jammeren als een geslagen pup over hoeveel honger ze wel niet heeft en waar haar spuwende bultloze kamelen zijn, is nu niet echt iets waar ik naar op zoek ben. Mooi was ze wel. Toch al één ding dat meezat. Misschien dat ze later toch haar knop zou omschakelen en iets meer ruggengraat zou tonen. Daar hoopte ik wel een beetje op.
Ondertussen had de ogre, waar ik heimelijk bij uit de buurt bleef, de cel open gekregen en voor twee dode guards gezorgd. Nu ja, ik heb niet meer nagekeken of ze daadwerkelijk dood waren of niet. And not a single fuck was given. Ze roken in ieder geval wel dood genoeg voor mij. Ik heb al dingen gegeten die wat meer tegensputterden en ook minder fel naar alcohol roken. Die alcohol geur werd al snel overstemt door het grote rioolgat aan het uiteinde van de kamer die de andere gnoll al aan het onderzoeken was. Ik leer dat haar naam Rakshata is en stel mezelf voor als Ambros.
Zelfs voor mij is er ergens wel een grens wat viezigheid betreft. Ik wou geen natte voeten krijgen door in iemand anders zijn kak en pies te lopen en ging noodgedwongen op zoek naar een nieuwe uitweg die ik ook hoopte te vinden. Pas toen merkte ik op dat we een paar extra handen erbij hadden gekregen. Een warforged genaamd Casus. Ik hoor ook de namen van de ogre en de warlock. Thrakmar en Jenos. Zolang ze mij niet vragen naar mijn naam heb ik ook niet de behoefte mezelf te gaan voorstellen. Dat ze zelf maar wat initiatief nemen. Achteraf gezien kan ik me niet herinneren dat ook maar iemand, buiten Rakshata dan, deze moeite had genomen. Ach ja, hun verlies.
Terwijl ik de wenteltrap naast de rioolbuis in het oog had gekregen hadden de andere wezens een nieuwe deur geopend waarin ik enkele van mijn spullen herkende. Plus mijn dure fles wijn die ik van de smid had gestolen enkele weken geleden! Het was een wonder dat de guards hem niet hadden opgedronken. Ik zorgde ervoor dat ik niets zou vergeten mee te nemen en snuffelde nog eens rond om te zien of er nog iets extra lag. Niets. Die warlock had alles al meegenomen. Maar geen nood, als hij echt iets zou hebben wat ik ook wil pik ik dat later wel van hem.
Casus, Thrakmar en Jenos waren bezig met de wenteltrap te onderzoeken terwijl ik nog even de kamer rondga om te zien of er nog iets bruikbaars lag. Buiten een tafel, waarvan ik nog tevergeefs had geprobeerd een poot los te trekken, was alles weg. De guards waren al leeggeroofd en ik had niets om aan mijn verzameling te voegen. Ik ben verzamelaar van kleine en op het eerste zicht nutteloze dingen. Zo heb ik mijn oude vishaak zonder hengel en draad, mijn twee simpele hangsloten waarvan ik de cijfercombinatie half ben vergeten, mijn stukje krijt, mijn kaars zonder lont, en zo voorts. Maar op een dag zal ik ze nodig hebben, wacht maar af! En wie lacht er dan?! Hé?!
Eindelijk word ik opgemerkt en vragen ze me de trap zo stil mogelijk te beklimmen. Dat lukte me zonder enige moeite. Wat hadden ze anders verwacht? De ogre strooide roet in het eten. Onsubtiel bonkte hij tegen de deur bovenaan de trap. Dat was voor mij de perfecte tijd om een handpalm te gebruiken. Zo'n grote kop maar nog zo weinig hersens! Nu hadden de guards aan de andere kant ons zeker gehoord! Jenos probeerde ze nog gerust te stellen maar ook dit draaide op niets uit. Toen Thrakmar de deur succesvol open ramde en ik me wou klaarmaken voor het gevecht stootte ik op een tweede probleem. Namelijk de kont van de ogre.
De guards waren zo dichtbij maar ik kon niet aan ze komen omdat Thrakmar me de weg versperde. Tijd voor improvisatie. Ik legde me zo laag mogelijk tegen de trap aan en mikte met mijn boog tussen de ogre's benen door en raakte een van de guards mooi in zijn been. Hierdoor kon Thrakmar uit de weg gaan en wurmde ik me vlug langs hem door de kamer binnen. En net op tijd op Jenos' vuurbal te ontwijken. Hier kreeg ik een tweede kans om in de spotlights te staan. Ik ruilde mijn boog om voor mijn zwaard en stootte het lemmet recht door de grote schroeiplek van de guard. Ik denk wel dat ik hem zo ook al dood had kunnen maken maar om extra zeker te zijn draaide ik het zwaard nog maar een kwartslag. Enkel Thrakmar was echt gewond geraakt.
De anderen hadden één guard gevangen genomen en begonnen hem te ondervragen. Rakshata kwam nu eindelijk ook naar boven. Ze had zich tijdens het gevecht stil gehouden onderaan de wenteltrap. We verkenden de ruimte en probeerden er achter te komen waar we nu precies waren. Door op een hoge kast te klimmen kon ik door het raam een oud industriegebied zijn. Meer bepaald iets wat op een mijn groeve leek. Daarna ging ik terug naar Rakshata die de uitgang al had gevonden. Buiten zag ik nog één ruïne en enkele andere gebouwen die op mekaar leken.
Na mijn goed gelukte actie op de wenteltrap voegen de anderen me of ik de buurt wou gaan verkennen omdat ze wisten dat ik het meest aangewezen was voor dit soort dingen. Omdat ik toch niets anders te doen had en ze net mijn ego wat hadden gestreeld, stemde ik in. Zo stil als een muis sloop ik achter de gebouwen door en nam de omgeving goed in me op om ze laten te kunnen rapporteren. Alles ging goed, tot ik aan de ruïne kwam...
Er hing een verbande lucht rondom. En ook een bekende geur maar die kon ik niet helemaal thuisbrengen. Pas toen ik dichterbij kwam zag ik wat er gebeurd was. Ik herkende ze allemaal: Tarkan, Yigit, Limba, Miklo,... Zelfs de pups... allemaal... dood en verbrand. Als ik ook maar iets in mijn maag had, had ik het er allemaal uit gekotst toen ik dit zag. Al mijn vrienden en familie waren afgeslacht als wilde beesten. Hier wou ik niet langer blijven en rende terug naar de anderen. Het was een wonder dat er al bij al nog geluid uit mijn keel kwam, laat staan dat ik hun alles heb kunnen vertellen.
Die fles wijn was een zeer welkome gast op dat moment en op minder dan een minuut had ik hem leeg gedronken. Ik herinner me nog dat ik naar Rakshata had gesnauwd toen ze ook een slokje wou. Delen was niet mijn sterkste kant. Nooit geweest. De anderen wouden al weer vertrekken en ik kon niet anders dan ze met tegenzin volgen.
Een eind verderop vonden we nog enkele guards die we al snel van kant maakten. Smerige ratten. Als ze ooit begraven zouden worden rol ik me lekker in het zand boven op hun graf en eet de bloemen op die hun teefjes erop zouden leggen. En dan spuw ik de half opgegeten bloemen-prut terug uit en smeer het over hun namen. Yuck. Je weet wel, omdat enkel dansen op hun graf gewoon niet genoeg is. Rakshata en ik bleven nog even achter terwijl Casus, Thrakmar en Jenos achterom gingen om de nieuwe guards te besluipen. So far, so good. En niet om op te scheppen of zo maar... Ik schoot er eentje recht tussen z'n ogen van op zo'n dikke 60ft!
Daarna ging alles heel snel. Waarschijnlijk omdat ik me wat licht in mijn kop voelde vanwege de wijn. Die verdomd goed was, trouwens! Nog enkele guards gingen eraan. Ik kreeg het gevoel dat ik in een dieper complot was beland. Thrakmar en Jenos leken meer te weten over de mannen die ons gevangen hadden genomen maar van hun uitleg snapte ik niets. Ik stelde me er ook geen vragen bij. Ik wou hier gewoon weg. Meer niet. De dode tovenaar die de guards ook gevangen hadden gehouden en die nu ook Thrakmar's baas bleek te zijn, leek me enkel van waarde omdat ik wist dat tovenaars meestal rijke lui zijn. Maar na een kwade blik van Thrakmar wist ik dat ik best even kon wachtten om eens aan hem te gaan snuffelen
Opeens was Rakshata verdwenen. Ze was naar buiten gerend omdat ze haar lama's had gehoord. Zo simpel als ze was dacht ze niet na en leidde nieuwe guards naar ons toe. Deze hadden Jenos, Casus en Thrakmar al snel gedood. Het ergste moest jammer genoeg nog komen. De grond begon te beven en een gigantische ogre kwam binnengestormd. Dat beest had Rakshata twee keer bijna tot pulp geslagen en Cusus zwaar verwond. Ik had me bovenaan een trap gezet samen met Jenos en probeerden de zombie ogre neer te halen omdat blijkbaar de anderen daar niet bekwaam genoeg voor waren.
Met één goed gemikt schot vloog mijn pijl recht door een van de buizen met vieze zombie vloeistof en deed deze volledig uiteen spatten. Maar kreeg ik gejuich voor het feit dat ik net een reuze ogre had gevloerd, die bovendien ook nog een zombie was?! Nee, niets! Enkel een nieuwe kwade blik van Thrakmar. Dit begreep ik niet. Zo'n grote prooi had ik nog nooit in mijn eentje gevangen en ik krijg niet eens een bedankje dat ik hun leven heb gered! Nee, in plaats daarvan bekommerden ze zich om Thrakmar en Casus. Die twee hadden zelf nog maar amper één vinger uitgestoken. Stomme wezens.
Maar goed, aangezien ik toch niet meer nodig was daar ging ik terug naar buiten. Daar zag ik Rakshata weer samen met een van haar lama's. Morsdood. De andere, inclusief de kar, was verdwenen. Terwijl zij aan het janken was zette ik me naast haar neer en zweeg.
Ik moest moeite doen om mijn neiging om me over de dode lama te rollen in bedwang houden. Dat kwam later wel.
-Ambros-
dinsdag 15 maart 2011
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
2 reacties:
Woot! Nog iemand die heeft opgeschreven! En wellicht wat duidelijker dan mezelf. ^^
Idd! Vond het een heel leuk idee eigenlijk!
Nu de anderen nog. ;)
Een reactie posten